Protestantse gastvrijheid op de route naar Santiago de Compostela
In de pastorie van Le Mas d’Azil is het iedere morgen een gezellige drukte aan de ontbijttafel. Pelgrims van over heel de wereld overnachten in de kapel van deze protestantse gemeente. Ze schuiven graag aan tafel bij dominee Bernard Bordes.

Om kwart over zeven stappen er deze morgen acht pelgrims de pastorie binnen. Ze krijgen een hartelijk ‘bonjour’ en melden zich vervolgens met hun ‘carnet de pèlerin de Saint-Jacques’ (pelgrimspaspoort) aan het bureau van de predikant om de plaatselijke stempel te ontvangen. Het boekje toont dat het ‘echte’ pelgrims zijn, officieel onderweg naar Santiago de Compostela. Vol trots laten ze de prachtige reeds verworven stempels zien.

Voordat de pelgrims aan tafel gaan, wordt staande het pelgrimslied van Jean-Claude Bénazet gezongen, dat een bemoediging is op de moeilijke momenten van de pelgrimsroute: ‘Tous les matins nous prenons le chemin, Tous les matins nous allons plus loin. Jour après jour, St Jacques nous appelle, C’est la voix de Compostelle. Ultreïa. E sus eia Deus adjuva nos !‘ (Iedere morgen gaan we op weg. Iedere morgen gaan we verder. Dag na dag, de heilige Jacob roept ons. Dat is de stem van de Compostela, Ultreïa!)
Regelmatig vraagt iemand naar de betekenis van het Ultreïa en van het E sus eia Deus adjuvea nos! Ds. Bernard legt het als volgt uit: ‚,Help ons God, om altijd verder en hoger te gaan.” In dit refrein vinden we de twee dimensies van het pelgrimeren: de horizontale van het wezen dat vooruit gaat en de verticale die het mogelijk maakt om zich op te richten naar het hogere. Na het pelgrimslied spreekt ds. Bernard een gebed uit waarin hij persoonlijk bidt voor iedere pelgrim. Daarna start het ontbijt.
Dit artikel verscheen op 26 juli 2019 in het Friesch Dagblad

No Comments